Customer Intimacy is een gevaarlijke mythe
Uit een recente twittergedachtenwisseling blijkt dat Customer Intimacy een gevaarlijke zombie is die over onze hoofden cirkelt en onze gedachten benevelt.
Even terug de geschiedenis in: de term kreeg grote bekendheid dank zij het boek “The Disciplines of Market Leaders” van Treacy en Wiersema (1995).Naast Operational Excellence en Product Leadership was het een van de strategische prioriteitskeuzes die bedrijven moeten nemen willen ze hun markt domineren.Hoewel het boek ongekend verdienstelijk geweest is het in beeld brengen van deze strategische opties en de gevolgen ervan, klopte er fundamenteel al vanaf het begin geen hout van en is het ondertussen ook al weer achterhaald.
Verouderd
Om met dan laatste te beginnen: heel veel bedrijven realiseren nu zeer intensieve staatjes van Customer Intimacy op basis van een radicale keuze voor Operational Excellence in de vorm van een bijna geheel door ERP gedreven bedrijfsvoering. Het landschap van communicatie- en distributiemedia is op enkele jaren tijd zo veranderd dat de voormalige tegenstelling compleet is opgeblazen.
Misleidend
Ten tweede suggereert de term dat bedrijven zeer intiem worden met hun klanten. Intimiteit is echter maar mogelijk op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Wanneer marktleiderschap al vanaf de titel van het boek het doel is, geeft dit duidelijk aan dat bedrijven niet aan de relatie met hun klanten beginnen op basis van gelijkwaardigheid. Klanten voelen dit maar al te goed aan en de wederkerigheid blijft dan meestal ook uit, of in elk geval van korte duur.
In dit opzicht verschilt een klant-leverancierrelatie niet van een persoonlijke relatie: wanneer je er aan begint met het doel om te gaan domineren, maak je geen schijn van kans (meer).
Omdat een zakelijke relatie nu eenmaal niet helemaal voor 100% overeenkomt met een huwelijk, is er op zich helemaal niets verkeerd aan zelfzuchtige motieven. Klanten zijn niet dom en weten ook wel dat de meeste bedrijven een winstdoel hebben.
Waar klanten zich terecht wél een hernia aan ergeren is het misleidende geblêr dat hun wensen centraal staan en dat zij het hoogste goed zijn. Het is niet waar en dus misleidend. En niet authentiek. En niet duurzaam. En nog een hele resem populaire kreten.
Oppervlakkig
Het grootste probleem met het reduceren van een fundamentele keuze als de omgang met belanghebbenden tot het niveau van strategie, zeg maar het oppervlakkige niveau van de op een na laatste laag verf.
Alsof je eerst een organisatie kunt optuigen en dan vrijelijk beslissen of je voor lean&mean gaat of voor maatwerk. En waarschijnlijk dan ook nog eens om de paar jaar anders. Om dan bij elkaar te zitten uithuilen omdat dergelijke verandertrajecten ALTIJD mislopen.
Wanneer een organisatie er eenmaal is (en dat begint al bij de eerste werknemer die de ondernemer in dienst neemt), valt er weinig of niets te veranderen aan de fundamentele oriëntatie, die is inside out of outside in. Een enkele uitzondering is ook voorradig, dus daarmee is de regel bevestigd.
Kortom
Elke organisatie heeft maar één groot doel: zichzelf in stand houden door middel van ruilprocessen met belanghebbenden.
De onderliggende verhouding tussen deze belanghebbenden (stichting, vennootschap, maatschap, coöperatie) bepaalt wie er in de bovenste la ligt. En overal behalve in een coöperatie is dat NIET de klant. Dus laten we ophouden onszelf en de klanten daarover voor de gek te houden.
Daar is, nogmaals, op zich helemaal niets mis mee, waarschijnlijk integendeel. Maar laten we wel open kaart spelen en tegen de klant zeggen: “Beste klant, wij zijn lekker met onszelf bezig en willen graag ontzaglijk rijk worden. Maar dat kunnen we alleen maar door dingen te doen en maken waar u ons graag gedurende lange tijd veel geld wil voor geven. Wat kunnen we dus voor u doen?”.
Niks intiems aan. Transparant, eerlijk, iedereen in zijn waarde gelaten. En vooral realistisch en realiseerbaar. Geen zombies meer dus.
om 11:36 pm
Zeker waar dat oprechte betrokkenheid bij de klant veelal ver te zoeken is. De macht komt echter steeds meer bij de klant te liggen. Immers, als een klant boos is, dan zal hij het laten weten ook. Denk maar aan de DSB Bank. De klant heeft steeds meer middelen tot zijn beschikking om zijn frustratie kracht bij te zetten.
Misschien moet het dan geen customer intimicy heten maar……ach verzin het maar. Doet er eigenlijk niet toe.
om 10:00 pm
Volgens mij gaat customer intimacy nog steeds vooral om het zo goed mogelijk begrijpen van de klant om zo goed mogelijk aan de individuele behoefte van de klant te kunnen voldoen. Bedrijven die claimen dat het allemaal om de klant draait maar bovenstaande vervolgens niet toepassen zijn dan toch gewoon niet customer intimate? Volgens mij zit je in een cirkelredenering.
om 1:13 pm
Walter,
ik zie de cirkel niet… licht mij even bij!
om 1:22 pm
Hmm, misschien is het geen cirkelredenering. Wat ik bedoel te zeggen is dat customer intimacy volgens mij geen mythe is maar dat het voorkomt dat bedrijven het claimen terwijl ze niet customer intimate zijn. Volgens mij is dat jouw voornaamste klacht. Of bedoel je daadwerkelijk te zeggen dat customer intimacy niet bestaat?
om 7:18 pm
Walter, wat ik bedoel is ten eerste dat de meeste bedrijven verder van de klant af staan dan ze beweren -tot daar aan toe- en dat ze dit bovendien ontkennen.
Maar ik bedoel ook dat het woord “intimiteit’ een verbondenheid op basis van gelijkwaardigheid suggereert die in 99,99% van de gevallen gewoon niet realistisch of haalbaar is.
Gecombineerd betekent dit dat “customer intimacy” een onhaalbare discipline is die door heel veel organisaties gehanteerd wordt om zichzelf heel goed te vinden terwijl de klanten in de kamer ernaast van frustratie het behang van de muren krabben.