Van wie is uw bedrijf?
Jack Welch in het FD van 29-09-06: “een bedrijf bestaat om de mensen te dienen die de raad van commissarissen kiezen, die op haar beurt de bestuurders benoemt, die het bedrijf moeten leiden. Het bedrijf is er dus voor de eigenaren.”
Het is altijd smullen van dit soort uitspraken. Obers bedienen, politici dienen de kiezer, soldaten het land en ambtenaren de burger. Maar of medewerkers en management op de wereld gezet zijn om de bestuurders van een onderneming te “dienen”? Ik dacht het niet. Hoewel menig bestuurder dit wel zou willen.
De uitspraak van Welch is een fantastisch voorbeeld van het gebrek aan “art of letting go” dat aan de basis ligt van filosofische én verhitte discussies over corporate governance.
Uiteraard valt er juridisch geen speld tussen het eigenaarschap van een organisatie te krijgen. Notarissen worden er duur voor betaald: in de statuten staat precies vermeld wie welk belang heeft en tot welke macht dit aanleiding geeft. Het bedrijf is dus VAN de eigenaren. Tot zover heeft Welch uiteraard gelijk.
Waar we het vervolgens ook nog over eens zijn, is dat iedereen in de organisatie het zelfde einddoel moet nastreven: het uiteindelijke doel van de medewerkers is het doel van de aandeelhouders. En daar houdt de band tussen alle echelons op. Welch zegt terecht dat de aandeelhouders commissarissen benoemen, en deze op hun beurt bestuurders, en deze het management en deze werven uiteindelijk de medewerkers aan. Dat er verschillende lagen bestaan, betekent meteen ook dat er uiteenlopende taken zijn. En daar moet iedereen zich aan houden. Medewerkers hoeven niet te gaan besturen en commissarissen niet te gaan managen. Elke benoeming houdt immers het nemen van afstand in. Op basis van eensgezindheid over het “wat”, en het liefst ook binnen een bepaald waardenkader, wordt ieder echelon vrij gelaten om te beslissen over het “hoe”. En wanneer upstairs het daar niet mee eens is, voorzien statuten, cao’s e.d. in de spelregels om downstairs naar huis te sturen. Er wordt dus helemaal niet “gediend”.
Dit gezegd zijnde verschenen vorige week de resultaten van een studie die aantoonde dat familiebedrijven vele malen winstgevender zijn dan organisaties met andere aandeelhouders. Koren op de molen van de top-down bemoeials. De eerste die mij er echter van kan overtuigen dat dit niet het gevolg is van langetermijnvisie en grotere duidelijkheid, moet zich nog aanmelden. Een uitdaging!